Ga direct naar de inhoud
Naar de homepage van FIOD

Waarom de FIOD is opgericht

25 september 2020 12:01

Anderhalve maand na het einde van de Tweede Wereldoorlog trad een nieuwe regering aan onder leiding van premier Schermerhorn. De wederopbouw van het land was de belangrijkste opdracht. Nederland was door de oorlog zwaar beschadigd geraakt en verarmd. Toenmalig minister van Financiën Piet Lieftinck voerde naast de geldsanering en effectenregistratie, ook het Buitengewoon Navorderingsbesluit in en richtte de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) op.

Belastingverplichtingen

Tijdens de oorlog heeft de Belastingdienst doorgewerkt maar heeft niet op de juiste manier belastingen kunnen heffen.  Mensen die te werk waren gesteld in Duitsland, of in internerings- en concentratiekampen hadden gezeten, hadden om heel begrijpelijke redenen niet of niet volledig aan hun belastingverplichtingen kunnen voldoen. Daarbij was er een grote markt voor zwarthandel ontstaan, die ook na de oorlog actief bleef.

Zwartwit foto van minister van financiën in 1945, Piet Lieftinck. Hij staat afgebeeld door een houten deur in een zwarte knielange jas, een hoge zwarte hoed, en een bril. In zijn linkerhand heeft hij het koffertje met de tekst Derde DInsdag in September.

Minister Lieftinck hier in 1950.

Buitengewoon Aangiftebiljet

Met het Buitengewoon Aangiftebiljet kon iedereen in de zomer van 1945 schoon schip maken en zonder hoge boete aangifte doen van hun, tot dan toe, niet aangegeven inkomsten en vermogen uit de 5 oorlogsjaren. Slechts weinigen maakten er gebruik van. Belastingambtenaren kregen daarop extra bevoegdheden om het formulier op volledigheid te controleren. Organisaties en ondernemingen werden bij wet verplicht om financiële informatie aan de controleurs te geven.

Het voorblad van de Buitengewoon Aangiftebiljet uit 1945 is te zien, platliggend op een witte tafel. Het papier is vergeeld. De zwarte letters hebben een ouderwets lettertype.

Het Buitengewoon Aangiftebiljet uit 1945.

Witwasserij

De regering wist van de zwarthandel en witwasserij, zowel tijdens als na de oorlog. Er werden allerlei constructies bedacht, om zoveel mogelijk geld wit te wassen. Zwart geld dat door de geldsanering niks meer waard zou zijn, werd zoveel mogelijk omgeruild voor buitenlandse valuta en waardevolle spullen.

Onplezierige verrassing

Minister Lieftinck kondigde daarop in een radio-uitzending aan dat belastingontduikers zich niet veilig moesten wanen, de regering had ‘verrassingen’ in petto die ‘niet plezierig’ zouden zijn. 8 dagen later ging de FIOD aan het werk vanuit het Lloyd-gebouw aan de Prins Hendrikkade in Amsterdam, met als taak om zoveel mogelijk verzwegen inkomsten en vermogen op te sporen.

* Foto's eigendom van het Belastingdienst- en Douanemuseum